Het Amerikaanse continent maakt een grote geopolitieke crisis door. Op 4 december 2025 publiceerden de Verenigde Staten een nieuwe nationale veiligheidsstrategie met als doel hun “vooraanstaande positie in het westelijk halfrond” te herstellen. Dit is een bewuste terugkeer naar de Monroe-doctrine en een gevaarlijke escalatie voor de hele regio. De ontvoering van de Venezolaanse president Nicolás Maduro op 3 januari 2026 door de VS tijdens illegale militaire operaties, in strijd met het internationaal recht, markeerde een keerpunt.
De escalatie ging verder met het uitvoerend bevel van Trump op 29 januari 2026, dat een nationale noodsituatie uitriep en Cuba beschuldigde van banden met “vijandige landen” en “terroristische groepen”. Zonder concrete bewijzen te leveren, presenteert de Amerikaanse regering Cuba als een “buitengewone bedreiging” en dreigt met sancties in de vorm van invoerheffingen op elk land dat olie aan Cuba levert, met als doel de energietoevoer van het eiland te verstikken. Dit zal niet alleen ziekenhuizen en het vervoer lamleggen, maar ook alle productie, inclusief voedselproductie, stilleggen. Dit zou de 11 miljoen inwoners van het eiland in een ongeziene humanitaire crisis storten.
Dit naamloos wrede offensief past in het verlengde van de illegale blokkade die Washington al meer dan 60 jaar oplegt, 33 keer veroordeeld door 165 landen van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties, waaronder België.
In deze crisissituatie zou het sluiten van de Belgische ambassade in Havana het slechtst mogelijke signaal afgeven: dat van een terugtrekking juist op het moment dat diplomatie essentieel is. Onze ambassade in Havana verzorgt diplomatieke diensten voor de hele regio, waaronder Haïti en de Dominicaanse Republiek. Het openhouden van deze kanalen is geen luxe, maar een noodzaak om de dialoog te behouden, verdere escalatie te voorkomen en concreet bij te dragen aan regionale stabiliteit. Afzien van deze aanwezigheid zou onze banden met de hele Caraïbische regio verzwakken, juist op het moment dat internationale samenwerking de confrontatielogica moet afremmen.
Een strategisch wetenschappelijk en cultureel partnerschap
Naast de politieke urgentie is de Belgisch-Cubaanse samenwerking van lange adem. Meer dan 30 academische projecten verbinden onze universiteiten (UCLouvain, ULiège, UMons, KULeuven, UGent, UAntwerpen, UHasselt, VUB) via de VLIR- en ARES-programma’s. Het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen werkt al jaren samen met Cuba op het gebied van infectieziekten en versterking van gezondheidssystemen, gebaseerd op de erkende Cubaanse expertise in preventieve geneeskunde. Het sluiten van de ambassade zou administratieve procedures, academische mobiliteit, visa en consulaire bescherming bemoeilijken, en decennia van gezamenlijk onderzoek in gevaar brengen.
Culturele uitwisselingen vormen een andere essentiële pijler. Belgische kunstenaars, muzikanten, erfgoedinstellingen en toeristische operators hebben duurzame banden opgebouwd met Cuba. Deze samenwerkingen zijn de bruggen tussen volkeren. Onze diplomatieke aanwezigheid verzwakken, betekent deze menselijke bruggen, gebaseerd op wederzijds respect en gedeelde creativiteit, in gevaar brengen.
Schort de beslissing om de ambassade te sluiten op
Wij, academici, vakbondsmensen, kunstenaars, onderzoekers en leden van het middenveld, roepen op tot opschorting van de beslissing om de Belgische ambassade in Havana te sluiten. Het verminderen van onze aanwezigheid in een land waarmee we al meer dan een eeuw diplomatieke betrekkingen onderhouden, zou onze internationale geloofwaardigheid ondermijnen. Het openhouden van deze ambassade betekent het behouden van een essentiële band tussen volkeren, onmisbaar voor de uitwisseling van kennis, artistieke creatie en politieke dialoog. Het is een bevestiging van de roeping van België om multilateraal overleg en samenwerking te verdedigen als fundamenten van een rechtvaardige en vredige wereld. Juist in de huidige situatie is dit noodzakelijker dan ooit.
(Deze open brief, ondertekend door 200 academici, vakbondsmensen, onderzoekers en leden van het middenveld, werd gepubliceerd in De Morgen.)