De regering van Donald Trump verscherpte op 1 mei de economische oorlogvoering tegen Cuba door een ultimatum te stellen aan buitenlandse bedrijven die handelsbetrekkingen onderhouden met het eiland. Tegen 5 juni ‘26 moeten buitenlandse bedrijven hun activiteiten in strategische sectoren van de Cubaanse economie beëindigen. Dat betekent dat buitenlandse bedrijven slechts een maand de tijd krijgen om betalingen, financiële formaliteiten en administratieve procedures af te ronden die verband houden met bestaande contracten met bedrijven die via het conglomeraat GAESA banden hebben met het Cubaanse leger.
Dit besluit legt eens te meer eenzijdige sancties op aan bedrijven en burgers uit derde landen die legitieme economische banden het Cuba willen onderhouden en is daarom een nieuwe inbreuk op de soevereiniteit van Cuba en een schending van het internationaal recht.
De aanval van Washington is er vooral op gericht om cruciale sectoren zoals het toerisme, de mijnbouw, de energiesector en de financiële dienstverlening te treffen, op een moment dat Cuba te kampen heeft met ernstige economische problemen die juist voortvloeien uit de verscherping van de Amerikaanse blokkade, naast de cumulatieve gevolgen van de pandemie en de internationale crisis.
De verscherping van de sancties heeft al gevolgen. Het Canadese mijnbouwbedrijf Sherritt International Corp., al decennialang een van de belangrijkste buitenlandse investeerders in Cuba, heeft aangekondigd een deel van zijn directe activiteiten op het eiland op te schorten en personeel terug te trekken. De luchtvaartmaatschappij World2Fly heeft haar lijnvluchten tussen Madrid en Havana met ingang van woensdag 20 mei stopgezet. Cuba Solidarité France meldde dat de maatschappij die containers met hulpgoederen naar Cuba verstuurde, de samenwerking stopzet.
Deze nieuwe verscherping van de blokkade bevestigt de vastberadenheid van de regering Trump om het beleid van maximale druk op Cuba verder te intensiveren. In plaats van “democratie” of “mensenrechten” te bevorderen, zijn de Amerikaanse sancties erop gericht om de materiële tekorten te verergeren, de toegang tot brandstof, voedsel, medicijnen en internationale financiering te bemoeilijken, en interne destabilisatie te veroorzaken door middel van collectieve economische straffen tegen een heel volk.